maandag 29 september 2003

Weer terug
Nederland is groen, en schoon. Het ruikt fris en de straten lijken zo leeg en rustig. Geen koeien op straat waar iedereen eerbiedig omheen loopt, geen zwerfhonden die tussen de rotzooi snuffelen op zoek naar iets eetbaars. Geen verkopers die je naroepen: madam, kom even in mijn shop kijken. Geen modder, geen hitte, geen sari’s die het straatbeeld opfleuren. Maar wel familie en vrienden die allemaal weer blij zijn dat ik terugben en me verwennen met hun aandacht. En heel veel verhalen die nu pas een betekenis lijken te krijgen.

Als een stuiterbal ben ik het vliegtuig uitgerold, en vol energie (ondanks de twee uur slaap in het vliegtuig) heb ik mijn tassen geleegd op de camping waar mijn ouders stonden en mijn zussen, broer, ouders en Annelies alle cadeautjes overhandigd.

Customs
Toen ik op Delhi airport mijn tassen de eerste keer liet scannen door de x-ray, ben ik blijkbaar meteen “getagd”. In mijn rugzak zaten voornamelijk kleren, toiletspullen en Kashmiri shawls, met een totaalgewicht van 20 kilo. Precies wat was toegestaan. In mijn kleine rugzakje zaten fototoestel, cd-man, schrift, water, geld. De dingen die je in een vliegtuig bij de hand wilt hebben. En dan had ik nog een tas vol souvenirs: doosjes, beeldjes, verf, cd’s, bloembollen, kalenders, boekjes, stickers, belletjes, kralen, teveel om op te noemen en ongeveer zo’n 9 kilo. Terwijl ik maar 5 kilo aan handbagage mocht hebben. Waarschijnlijk zijn alle alarmbellen bij de douane afgegaan want ik heb twee keer mijn hele tas leeg moeten halen. Ik bleef maar glimlachen en vriendelijk uitleggen wat ieder item was en aan wie ik het wilde geven. Het was uiteindelijk een prima tijdsverdrijf om 3.00 ’s ochtends.

En nu? Weer van stad naar stad trekken, net als in India? Om mensen te ontmoeten en te praten over religie, politiek en de kracht van de vrouw in de huidige maatschappij? Zwerven door straatjes, langs winkeltjes, me verbazend over de kleuren en geuren? In de bus urenlang naar buiten kijken naar het landschap dat voorbij glijdt? Ja, deels zal ik dat blijven doen. Eigenlijk deed ik dat ook al wel voordat ik naar India ging.

Goede voornemens
Maar ik wil proberen meer tijd te besteden aan gesprekken met mijn vrienden en familie. Ik wil kijken of ik de rust en balans die ik in India voelde, kan behouden, en de energie die ik er heb opgedaan, goed kan besteden. En ik hoop dat de creativiteit die naar boven is gekomen, niet meer verdwijnt. Ik hoef niet meer zo nodig te presteren en dat neemt veel druk weg. Waardoor de dingen veel meer vanzelf lijken te komen.

Iedereen die mijn verhalen heeft gevolgd, en met me heeft meegeleefd, bedankt voor alle aandacht en mails. Ik hoop snel weer iedereen te zien en mijn leventje in Amsterdam op te pakken: woning inrichten, theatersport, dansen, wandelen, koffie drinken in een cafeetje, naar de film en op zoek naar een baan…

woensdag 24 september 2003

Rikshaw wallas
Als ik uit de trein stap in Mathura, word ik meteen overvallen door een bende rikshawrijders. Als een geroutineerd reiziger vraag ik ze glimlachend me met rust te laten tot we uit het station zijn. Soicijns vervolg ik mijn weg, gevolgd door de horde. De meest vasthoudende wint meestal en voor 5 rps wil hij me wel naar het centrum van de stad brengen. ("Centrum, midden. Als dit de stad is, is dat het midden, waar de markt is, waar de winkels zijn. Begrijp je mij?") Nee, hij begrijpt me niet, hij spreekt geen Engels en ik geen Hindi. En hij wil me niet begrijpen, want hij wil commissie van het hotel waar hij me heenbrengt. En dat is dus niet het guesthouse dat ik noem na een van zijn aanbevelingen te hebben bekeken. "Nee, madam, het guesthouse dat u noemt, is ver buiten de stad, wel 5 km." "Maakt niet uit, ik wil daar naartoe." "Maar het is vol." "Dat wil ik dan graag zelf horen."
Hij brengt me naar nog een ander hotel en ik blijf vasthouden aan mijn keuze. Hij draait zijn fiets weer om en gaat er op een gegeven moment zelfs naast lopen. Ik moet maar een andere rikshaw nemen, maakt hij me duidelijk. Hij houdt een andere man aan, gebaart me uit te stappen en fietst, na 10 rps (inplaats van 5) te hebben ontvangen, weg. De andere man zet me binnen 2 minuten netjes af waar ik moet zijn. Twee minuten!!! Dus helemaal niet 5 km, helemaal niet buiten de stad (maar helaas wel helemaal vol. Gelukkig is er aan de overkant van de weg een goed ander guesthouse).
Hare Krishna
Mathura ligt vlak bij Vrindavan. Hier is Krishna, een van de Hindugoden en reincarnatie van Vishnu geboren en opgegroeid. Het hele gebied is bezaaid met tempels, wel 5000, in alle soorten en maten. Ook de voormalige Hare Krishnabeweging heeft hier (natuurlijk) haar basis en bewoont een enorme luxuese witte tempel. Ik ben de enige Westerse toerist hier en word door iedereen aangestaard, aangesproken en gevolgd. De meeste aanroepen negeer ik, en de kinderen probeer ik vriendelijk duidelijk te maken dat ik geen pennen heb.
In Vrindavan zwerf ik door de vele kleine straatjes, loop ik wat tempels in en kom ik uiteindelijk bij de ghats en de rivier (waar ik wonder boven wonder niet word gestoord als ik even op een warme steen van de zonsondergang ga genieten). Verschillende would be gidsen proberen me in gebrekkig Engels uit te leggen welke goden hier allemaal aanbeden worden, hoe hoog de pilaren zijn, uit welke tijd de beelden stammen en wanneer de verschillende feestdagen gehouden worden. Ik begrijp er maar de helft van en het slurpt langzaam al mijn energie weg. Vooral de heilige tuin is de druppel. Hier danst Krishna blijkbaar elke avond met zijn nimphen, en na 20.00 uur mag niemand meer de tuinen in, want als je Krishna ziet word je blind of ga je zelfs dood. Misschien is het waar en ben ik daarom leeg na de tuin te hebben verlaten.
Tempo's
Ik sleep mezelf naar een tempo. Dit is een soort rikshaw maar dan voor 10 personen. Of nee, 14, eh, 15, wat? 17 mensen kunnen er in dit kleine karretje. Vier naast de chauffeur op het bankje, 8 op de twee achterbanken en vijf hangen er aan de buitenkant. Op het dak ligt alle bagage. Ik ben de enige vrouw, maar voel me veilig. Zelfs in de overvolle tempo raakt niemand me aan!

dinsdag 23 september 2003

Oude bekenden
Ik kom in Delhi iedereen weer tegen. Terwijl we nog in de rikshaw zitten komt Dudi langs, en als we uitstappen lopen we Amir tegen het lijf, op weg naar Nepal. Patrick blijkt al ingecheckt en terwijl we de straat weer oplopen zie ik Mosje langskomen. Yair mailt me dat hij de volgende ochtend Delhi verlaat en of we nog wat af kunnen spreken, en terwijl we naar het restaurant lopen komen we Joshi tegen met wie we in Diu een avond op het strand hebben gebarbequed. Aya en Tomar die we van onze houseboat kennen zitten in hetzelfde hotel en op de ochtend dat Iftach uitcheckt komen met Manor en Idan tegen.
Inkopen doen
En Delhi heeft nog steeds diezelfde energie. Alles bruist en borrelt, mensen komen net aan, vol verbazing, nog moe van de jetlag. Of ze vertrekken met een tas vol souvenirs. Wij zijn ook op jacht en werken in ijltempo de lijst van Iftach af. Iedereen probeert je met een goedkope prijs naar binnen te krijgen om vervolgens de producten voor het dubbele aan te bieden. De eerste prijs accepteren we bijna nooit en soms kopen we alleen maar een tweede product om vervolgens 50% discount te bedingen. Als ze werkelijk zaken willen doen, krijg je chai, waardoor je wat langer binnenblijft. En uiteindelijk koop je altijd meer dan op je lijstje staat.
Ik had bijvoorbeeld al twee paar bekraalde slippers en wilde alleen nog wat leren sloffen (zo leuk voor in mijn nieuwe huis). Maar nieuwe slippers bleven lonken. Sloffen 350 rps, slippers 1000 madam. Ver boven mijn budget, en ik had helemaal geen slippers nodig (en eigenlijk ook geen sloffen...). Ik deed een bod: 750 rps voor allebei. En na lang aarzelen ging hij accoord, als ik maar niemand vertelde dat ik ze zo goedkoop hier had gekregen. Eenmaal buiten ga je dan toch twijfelen: had ik nog verder omlaag kunnen gaan? Wat is de werkelijke prijs. Wat moet ik in godsnaam met een derde paar slippers?
Dagdag
Iftach is vandaag terug naar Israel gegaan. En ik heb nog vier dagen. Vreemd om weer op mezelf te zijn, en ergens ook wel lekker. Alle tijd voor mezelf, lekker doen wat ik wil, alleen de avond doorbrengen. Al had ik met Iftach niet het gevoel constant compromissen te moeten sluiten. Alles ging vanzelf en alles wat we deden was goed. Zou dat het shanti gevoel van India zijn, of waren we een goed reisstel samen?

Eerlijk gezegd verwacht ik ook niet erg lang alleen te zijn. Ik heb donderdag een "afspraak" met Belgische An en ga vrijdag met Idan naar de Moskee... Maar nu eerst de Taj Mahal bezoeken in Agra, volgens sommigen de meest vreselijke stad in India. Ik ben benieuwd.

zaterdag 13 september 2003

We rijden op een scootertje over smalle weggetjes, langs oude vissersboten vol vis, door kleine dorpjes waar de kinderen je toeroepen in de enige twee Engelse woorden die ze kennen: chocolat en pen. We zoefen langs lege schelpstranden, grillige rotsformaties, groene kliffen en woeste golven. En langs palmboombossen, tengelachtige mangrovebomen, vochtige oerwouden, in bloei staande struiken en moerasachtige graslanden. De omgeving heeft aan de ene kant iets weg van de woeste westkaap van zuidportugal en is aan de andere kant het tropische oerwoud dat ik me bij Cuba voorstel.
We zoeken een verlaten strand. Waar geen Indiers komen om je ongegeneerd aan te staren omdat je een vrouw bent en in een bikini op het strand ligt. Doen alsof ze er niet zijn is onmogelijk. Daarvoor zijn de blikken te geladen. En ik weet ook dat sex een zeer moeilijk onderwerp is in India. Alles gebeurt in het geheim, vrouwen zijn volledig bedekt en affectie tonen in het openbaar is uit den boze. Mannen onderling kunnen wel elkaars hand vasthouden of elkaar omarmen, maar een Indisch stel (zelfs een getrouwd stel) doet dat niet.
Westerse vrouwen worden al snel voor pornosterren aangezien. Ze vervullen de natte droom van menig Indier maar verdienen totaal geen respect. Je mag ze dan ook schaamteloos aanstaren.
Ik heb me steeds netjes gekleed, geen hemdjes, geen korte rokjes of broeken. Maar op het strand wil ik toch een beetje kleur krijgen. En niet totaal gekleed de zee in hoeven (zoals de Indische vrouwen). Dus zoefen we op onze scooter over het eiland, op zoek naar verlaten stranden. Zalig, de wind in je haren en al dat groen om je heen...

dinsdag 9 september 2003

Feestje
Het werd al donker toen we na een dag aan het strand de stad inliepen. In de verte hoorden we vuurwerkgeluiden en de trommels. We liepen op het geluid af en zagen jongens uitzinnig dansen voor een versierde kar. Op de kar stond een beeld. En ineens zaten we onder de knalrose poeder. Verbouwereerd keken we elkaar aan en zagen we dat vrijwel iedereen onder de rose en rode poeder zat. 9 dagen geleden was de verjaardag geweest van Ganesh, de god met de olifantenkop. De dansende menigte was speciaal naar Diu gekomen om 9 dagen lang feest te vieren en ging nu Ganesh aan de zee geven. Voor de kar stonden vrouwen met een grote schaal vol kaarsjes. Er werd gezongen en gedanst en terwijl de vuurschaal werd doorgegeven, hield iedereen even zijn hand in het vuur en streek er vervolgens mee over zijn hoofd. Dat bracht geluk! En daarna werd Ganesh van de kar getild en langzaam de zee in gedragen; tot de mannen tot aan hun schouders in het water stonden. 6 keer werd de olifantengod ondergedompeld en daarna zonk het beeld naar de bodem.
Zand, zee en zon
Diu is een voormalige Portugese havenstad op een eilandje voor de kust van Gujarat. Koloniale huizen, katholieke kerken, stranden vol rotsen, oude vissersboten in de haven, vergane glorie en rust. Zalig om hier de laatste dagen door te brengen met niets doen. Beetje lezen, beetje kleuren, beetje zwemmen, beetje filosoferen. Scootertje huren en het eiland verkennen, alles shanti shanti voordat ik weer in het hectische Amsterdamse leventje zit. En een beetje kleur krijgen op mijn melkwitte benen (die steeds afgedekt zijn geweest om starende Indische blikken te vermijden).
Het idee om over 2,5 week weer in Nederland te zijn is spannend en ook vreemd. Ik ben er al een beetje, ik loop al weer door het Vondelpark, omhels mijn ouders, laat iedereen mijn foto's zien, richt mijn nieuwe appartement in en praat met vrienden die ik 5 maanden niet heb gesproken. Aan de andere kant wil ik blijven doorreizen, blijven ontdekken, genieten van al die kleuren, geluiden en geuren, van de warmte op mijn huid, de Indische gerechten en de prachtige stoffen die je hier overal kunt kopen. Ik kom hier wel weer terug, er is nog zoveel te zien, de wereld is zo groot....

woensdag 3 september 2003

Geluk
Lang geleden, ergens begin mei, zijn Annelies en ik in Bombay genept door een van de sadhus (heilige mannen) bij de Indiagate (ja inderdaad, daar waar onlangs twee autobommen ontploften). De man knoopte een rood lint om onze pols, gaf ons wat zoetigheid en liet ons beloven de afrikaantjes die hij in onze hand stopte, in de zee te werpen. Het zou ons de hele reis geluk brengen, zei hij. En vervolgens vroeg hij 200 rps per persoon (ongeveer 4 euro). Groen als we toen op onze eerste dag in India nog waren, betaalden we het geld. En de oranje bloemetjes heb ik in Goa inderdaad aan de zee gegeven. Misschien dat onze gezamenlijke reis, en mijn solotrip naderhand daarom zo soepel zijn verlopen.De drie Zweedse meisjes die Ayelet, Iftach en ik op onze cameltrip in de woestijn van Jaisalmer tegenkwamen, hadden minder geluk. Al in de eerste week belandde een van de drie in het ziekenhuis met een maaginfectie waardoor de meiden en week vastzaten in het overtoeristische Agra. Aangekomen in Jaisalmer viel een ander van de trap (en brak nog net niet haar pols) en tijdens de cameltocht (op een dromedaris...) vielen ze alle drie van hun beest! Ik heb ze aangeraden in de eerste de beste tempel een sadhu op te zoeken en hem te vragen hun reis te zegenen.
Schip van de woestijn
Ik voel de tocht nog steeds in mijn lijf. Twee dagen op een dromedaris gaat je niet in je koude kleren zitten. We hadden geluk met het weer; het had drie dagen ervoor flink geregend en er waaide nog steeds een koele bries. Hierdoor was het prima uit te houden in de zon en kreeg je met goed smeren een mooi bronzen teint. En de woestijn zag er (op de zandduidnen na) prachtig groen uit. 's Nachts bleef het droog waardoor het kampvuur en het slapen onder de sterrenhemel niet werden verpest. Maar zo'n drommedaris loopt heel onregelmatig waardoor je rug en armen stijf worden en er op je stuitje een schaafwondje ontstaat. Heel vervelend bij het dragen van een string :-). Hoewel het een hele bijzondere ervaring was, zo'n tocht door de woestijn, waren we allemaal blij dat de jeep ons na twee dagen zand en gras weer kwam oppikken om ons terug te brengen naar het prachtige bewoonde fort in Jaisalmer.
Kom binnen
Jailsalmer wordt de gouden stad genoemd. De gebouwen zijn gemaakt van zandsteen en bij de ondergaande zon tekenen de muren van het fort goud af tegen de blauwe lucht. De sfeer is erg relaxed, vooral omdat er nog niet veel toeristen zijn. Men denkt dat het nog erg warm is in Radjastan; pas in oktober zullen de smalle straatjes van het fort weer worden overstroomd met toeristen.
Ook in Jodhpur was het rustig met toeristen. We werden regelmatig binnengevraagd door de lokale bevolking. Met verschillende redenen echter. De eerste Indier wilde geld voor het eten dat hij ons aanbood. En zijn vrouw kon ons (tegen betaling natuurlijk) wel een hennabehandeling geven. Dus Ayelet en ik lieten onze handen en voeten beschilderen.
De tweede Indier was vooral geil. Hij wilde mij perse in een sari zien en hielp zijn vrouw uitvoerig bij het omdoen van de zes meter lange stof. Terwijl hij me de kamer introk om de spiegel te laten zien, probeerde hij me te omhelzen. Arme man, krijgt waarschijnlijk nog maar weinig aandacht van zijn vrouw.
De derde uitnodiging kwam van een Jain (religie in India). Hij bood ons een lunch aan (gratis) waarschijnlijk om zo zijn status te verhogen. We hebben lekker gegeten omringd door de hele familie, inclusief de grootmoeder. En naderhand natuurlijk uitgebreid foto's gemaakt en e-mailadressen uitgewisseld. Nu zijn we, na een vreselijke rit met een nachtbus, in Udaipur waar de Bondfilm Octopussy is opgenomen. Even weer acclimatiseren, nieuwe uitzichten met bergen, een meer en witte gebouwen. En vreselijk goed nieuws van het thuisfront: als ik terugkom, kan ik in de woning van mijn zus omdat zij gaat samenwonen!! Eindelijk, na twee jaar weer een vaste stek, mijn dozen uitpakken en settelen. Over 3,5 week ben ik weer thuis in Amsterdam!