donderdag 26 juni 2003

Muziek
Ik kom net terug van mijn tweede tabla-les. Ik leer trommelen op twee Indische trommels en ben nu op tafels, kasten en knieen de verschillende ritmes aan het oefenen. Mijn jonge "leraar" is zeer gedreven en vind het heerlijk om te spelen. Hij heeft al concerten gegeven in Japan en gaat binnenkort een toer door Frankrijk maken. En ik vind het ook lekker om het ritme in mijn lijf te voelen en er uit te laten komen. Net zoiets als dansen maar dan anders...
Helaas kan ik nog maar twee keer gaan, want morgen vertrekken we alweer uit Varanassi. Misschien neem ik in Rishikesh nog wat extra lessen.

Varanassi...
Vrijwel iedereen die we tegenkwamen, zei dat we gek waren om ruim 1000 kilometer te reizen om van de koele bergen naar de klamme, hete vlakte te gaan. De Ganges zou heel hoog staan waardoor de poep tot aan je knieen door de straten zou drijven. Er zou geen elektriciteit en stromend water zijn, heel veel regen en onweer en daarbij ondraaglijke hitte. De hitte ligt inderdaad als een natte doek om je heen waardoor alle bewegingen vertragen. Maar verder doet de elektriciteit het even vaak als in de rest van India (namelijk de helft van de tijd. De andere helft wordt gebruik gemaakt van generatoren of kaarsen). Er komt stromend water uit de kraan en de Ganges staat nog lekker laag, dus geen gebagger door het water...

Het is wel heel rustig. De vele Varanassifoto's die ik vooraf van vrienden had gezien, toonden allemaal grote kleurrijke mensenmenigten op de treden van de ghats of badend in het water. Maar toen we vanochend om 5.30 in een bootje de Ganges afvoeren, zagen we slechts hier en daar verspreid over de 84 gaths kleine groepjes badende, biddende en spelende indiers; de mannen in slechts een lendendoek, de vrouwen volledig gekleed. Ze gooiden langzaam en biddend water uit een koperen potje terug in de rivier, wasten hun haren, duwden de rivier weg om vervolgens kopje onder te gaan of vulden hun waterflessen met het heilige en zwaar vervuilde vocht. Alle riolen komen uit op de Ganges, sommige lijken worden niet eerst verbrand maar zo aan het water prijsgegeven, en in het water zie je kadavers van koeien en honden drijven. Toch geloven de Indiers dat de Ganga niet vervuild is. Ze zwemmen er toch elke dag in, ze worden niet ziek en een heilige rivier kan niet vervuild zijn.

Verdwalen
De middeleeuwen zullen zo geweest zijn als de straten en steegjes van Varanassi: smal, donker, vol koeien, honden en geiten die overal alles laten vallen en met afval in alle hoeken en gaten. Felgeschilderde winkeljes van hooguit 4 vierkante meter verkopen allerlei voedsel uit dampende potten en sissende pannen, verkopers proberen je binnen te lokken om kauwgom of chocolade te kopen, of om hun nieuwe collectie zijde te komen bekijken. Woningen komen uit op de straat zodat je met 1 blik in de slaapkamer kunt kijken, op elke hoek vind je wel een tempeltje of een heilige boom, muur of spleet, waar afrikaantjes, rozen en lelietjes van dalen liggen en kaarsjes branden, beschilderde muren tonen aan waar je de verschillende guesthouses kunt vinden, trapjes leiden naar onverwachte uitzichten of lopen dood. En overal zijn "gidsen" die je naar bijzondere plekken willen leiden maar die uiteindelijk alleen je geld willen.

Crazy Delhi
We blijven maar even in Varanassi, het weer is drukkend warm, de darmen beginnen weer op te spelen, de touts laten je niet met rust en Annelies heeft nog maar een paar dagen. Het verschil met de koele bergen is groot.
Delhi liet ons alweer wat wennen aan de hogere temperaturen en het werkelijke Indische leven. Vanuit Pathankot maakten we daar een tussenstop om afscheid te nemen van Eyal die na 6 weken weer terug ging naar Israel.
Vanuit een fietsrikshaw waar we ons met z'n drieen in propten, genoten we van het hectische Indische leven in deze zwaar vervuilde stad. Het verkeer krioelt er door elkaar, bedradingen vormen grote spagettikluwes boven je hoofd, overal zijn koeien, mensen, honden en vreselijk vervallen betonnen gebouwen, iedereen lacht en zwaai naar je, of wil even je hand vasthouden. En boven ons kleurde de lucht langzaam zwart.
Net voor de moessonbui losbarste, vluchtten we een Sikhtempel in. Binnen de kortse keren stond alles onder water en waren de grote wegen van Delhi veranderd in rivieren. Toen het na drie kwartier weer droog was, waadden we tot onze enkels door het water en het langsschietende afval, genietend van het prachtige gele licht op de huizen, de geur van regen vermengd met uitlaatgassen, de in het water spelende kinderen en het Indische leven dat gewoon verder ging...

zaterdag 21 juni 2003

Israelies
Gister hebben we les gehad van Yair, die bij ons in het guesthuose zit. Hij heeft ons verteld waarom en hoe de Israelies reizen. Ze gaan na het leger op reis om even te ontsnappen aan de druk in Israel en om wat anders aan hun hoofd te hebben dan de strikte discipline in dienst. Ieder jaar gaan er van de 6 miljoen Israelisch zo'n 30.000 op reis, waarvan er ongeveer 10.000 naar India gaan. Ze reizen veelal in groepen en gaan naar de plaatsen, restaurants en guesthouses waarvan andere landgenoten hebben gezegd dat het goed is. De meesten gebruiken dus geen Lonely Planet maar gaan af op het gesproken woord van hun landgenoten. Ze nemen als het ware tijdelijk de plaatselijke dorpjes over en spreken dan ook van Locals (de Israelisch), Foreigners (de overige toeristen) en service providers (de daadwerkelijke lokale bevolking die hen "mag bedienen"). De daadwerkelijke lokale bevolking kan weinig anders doen dan meegaan in de stroom en Israelisch eten aanbieden, gunstige prijzen vragen voor bijvoorbeeld sieraden en Hebreeuws leren spreken. Zo niet dan verliezen ze niet 1 maar 100 klanten omdat het woord zich zo snel verspreid onder de grote groepen Israelisch.

Yair legde verder uit dat de reisbewegingen van de Israelisch worden bepaald door twee belangrijke uitgangspunten: 1. waar is goede charras te verkrijgen, want daar kun je dan vervolgens maanden verblijven en 2. waar is op dat moment het juiste seizoen. Er schijnt een soort ongeschreven seizoenenagenda te bestaan die voorschrijft op welke tijd je op welke plaats te zijn. Op dit moment is Dharam Sala "uit". Het is nu de tijd om naar Manali te gaan. Langzaam stroomt deze plek dan ook leeg en Manali vol. In april was het het seizoen voor Nepal. Als je later of eerder gaat, verklaren ze je voor gek: "waarom wil je nu naar Nepal, het is daar helemaal niet het seizoen!!!". Als je als Israelier naar plaatsen gaat die niet in de seizoensagenda staan, ben je helemaal niet goed bij je hoofd: "waarom wil je in godsnaam naar Calcutta, er is daar helemaal niets te beleven, niets te doen en er zijn daar geen Israelische restaurants...". Wij ontmoeten vooral de Israelisch die buiten de seizoensagenda reizen. Omdat zij open staan voor andere culturen, nieuwsgierig zijn naar andere gebruiken en redelijk goed Engels praten. En omdat wij meestal net niet op de plekken zijn die op dat moment hot zijn in de seizoensagenda...

dinsdag 17 juni 2003

Nat
Het ziet er naar uit dat de moeson is begonnen in Mc Loud Ganj. Toen ik gister naar ons guesthouse in Dharamkot boven in de bergen wilde gaan, na een heerlijke Israelische lunch bij Kobi in Mc Loud Ganj, wilde het maar niet ophouden met regenen. Annelies was op dat moment een Reikicursus aan het volgen en ik zou die avond voor ons en twee van de andere guesthousegasten (Tal en Jair) koken. We hebben namelijk een prachtige plek gevonden bij een klein riviertje, tegen een heuvel en onder de bomen. De vogeltjes fluiten er, er lopen kleine puppies en kippen rond, het heeft een romantisch balkon met rozen en gerania, ongeveer acht andere gasten (Oostenrijk en Israel). En je er kunt de keuken gebruiken!!!
Toen het even wat droger leek, pakte ik de vers gekochte groenten en het fruit op, zei Kobi gedag en begon de half uur durende tocht naar boven. Maar na tien minuten kwam het alweer met bakken uit de hemel. Langzaam veranderde de weg in een snelstroomende rivier en ik vroeg me af of we het in ons oude guesthouse wel droog zouden houden. Ik schuilde bij een huis waar ik uiteindelijk door een Tibetaans meisje even werd binnen gevraagd voor een glas warme melk, heerlijk. Ze heeft me in plastic zakken aangekleed waardoor ik toch nog enigszins droog op de plaats van bestemming ben aangekomen. En daar had het inderdaad gelekt, op mijn bed¡¦

Massages
We zijn hier heel gezond aan het doen. Annelies volgt een zeven dagen durende massagekuur en ik was wat ¡°healthier¡± en had maar drie dagen nodig. Totaal geolied met olievet haar verlaat je na een anderhalf uur de massageruimte weer, duf en glad. Maar ik voel me wel lekker rustig, ontspannen en leeg. Verder hang ik hier wat rond, bekijk de tibetaanse tempel en de woonplaats van de Dalai Lama, klets en drink chai met wat andere toeristen, koop wat Tibetaanse spulletjes, lees en slaap. Echt een vakantiegevoel.
Vanavond gaan we met Jair en Tal naar een Israelische bruiloft in Dharamkot. We moeten erg lachen met deze twee jonge honden. Gister stond ik met Tal te dansen op het bed en toen krakte een van de houten planken doormidden¡¦ Hopelijk kan het oude mannetje er een nieuwe plank opleggen, het slaapt erg ongemakkelijk zo.

Verhalen
We zijn nu anderhalve maand weg. Annelies gaat alweer bijna naar huis, ik ben op de helft. We hebben al zoveel meegemaakt en gezien, en zoveel mensen ontmoet. Iedereen vertelt een klein stukje over zichzelf en daarmee over de wereld. Net als de Koreaan die ons bediende in het Koreaanse restaurant hier. Zijn vader was Amerikaans, maar die had hij nooit gezien. ¡°Mijn moeder zei altijd dat hij het te druk had¡¦¡±. En de jongen uit Bopal, die toen hij 7 jaar was, ¡®s nachts uit zijn bed werd gehaald omdat er gas lekte. Gelukkig woonde hij ver genoeg van de fabriek vandaag om er iets aan over te houden, maar hij heeft al op jonge leeftijd genoeg horror gezien. Of Kobi, die in Israelische dienst mensen met afgerukte benen uit het mijnenveld in Libanon moest halen¡¦ Mensen met verhalen achter de grote gebeurtenissen in de geschiedenis.

Wat staat ons nog te wachten allemaal? Ik geef me er aan over, laat het op me afkomen. Je kunt hier niets plannen en dat wil ik ook niet. We komen mensen tegen die weken, maanden op een plek zitten, omdat het zo¡¯n prettige plek is, omdat de mensen er interessant zijn. We merken dat ook wij langzamer zijn gaan reizen. We blijven nu vaak een week ergens hangen en doen soms een hele dag niets anders dan praten met mensen, eten en chai drinken. Het ritme is veranderd, vertraagd en dat brengt het leven terug naar de kern: slapen en eten, rondzwerven, contact leggen met andere mensen, muziek maken, tekenen, wandelen, lezen en discussieren.

donderdag 12 juni 2003

zware dagen
Als je wat langer op een plaats blijft, leer je lanzaam wat meer mensen kennen. We zitten nog steeds in het bewolkte Vashisht, egszins besluitenloos: gaan we de moeilijke tocht naar Leh wagen, of gaan we naar Dharam Sala? Gister was geen goede dag om te beslissen volgens de Russische man die mij drukpuntmassages geeft (zeer pijnlijk maar met opmerkelijke resultaten). Het was de elfde dag na nieuwe maan, en dan zijn de mensen zwaar en besluitenloos. En dat konden we goed merken. Niemand had ergens zin in, alles was moeilijk en het lichaam wilde ook niet meedoen. Alles kwam er als water weer uit.... Vandaag hebben we gekozen voor Dara Salam. Ik kan altijd nog terug naar Leh en met wat mensen die ik hier heb ontmoet de moeilijke reis wagen.

De guesthousegasten
Ons guesthouse heeft een klein grasveldje met tafels en stoelen. 's Ochtends sjok ik na wat poedelen met koud water naar beneden en bestel ontbijt: vers fruit met yoghurt, koffie met veel melk en toast met zelfgemaakte aardbeienjam. Vandaag zat de Israelier Ilon er al. Nadat hij aanwezig was bij een bomaanslag in een cafe in Tel Aviv, waarbij 17 mensen gedood werden, hij heeft net als ik zijn baan opgezegd om te kijken wat er nog meer in de wereld te beleven valt. Hij is erg op zoek naar invulling: doet nu reiki, drukpuntmassages, wil fluit gaan spelen... Vlak nadat ik besteld had, kwam Or aangelopen, een jong Israelisch meisje die net haar moeilijke relatie met een europeaan had verbroken. Ze vertelde over een ongeluk bij een waterval waarbij een Engels meisje was verongelukt. Toen ik vertelde over mijn tarotkaarten wilden ze allebei een legging. Inmiddels schoven het Franse stel Joe en Laure ook aan en kwam Annelies terug van een zwavelbad. Joe en Laure zijn al sinds november samen aan het trekken. Ze zien er samen heel gelukkig en rustig uit. Beide zijn ze verpleger in een ziekenhuis in Lyon en hoeven ze zich niet druk te maken over een baan. Ook in Frankrijk staan ze te springen om goed verplegend personeel. De twee Engelse meisjes die samen met hun Finse vriendin net waren aangekomen kwamen ook bij de groep zitten. Ze luisterden geinteresseerd naar een Engelsman met een prachtige Japanse bamboefluit die tweederde van zijn tijd reist en de vier maanden van het jaar in Vianen woont.

Avondbesteding
Gister hebben we gegeten met James, een Engelsman die half Indier is. Hij stelde ons voor aan twee van de beste klimmers in deze omgeving, twee hele aardige, lachende indische jongens. Als we een goede gids zoeken, zijn we bij hun aan het goede adres. In de ruimte, een roze geverfde huiskamer met matrassen op de grond en comfortabele kussens, zaten een paar Japanners geconcentreerd naar hun eten te staren. Even verderop zat een aantal jonge Israeliers. Iemand haalde een jembee tevoorschijn en begon te trommelen. Een paar Indiers trommelden mee op tafels en tegen glazen aan. Op een gegeven moment kwam Adam binnenlopen, die we nog kenden uit Rewalsar. Hij was net aangekomen en vond het leuk om ons weer te zien. Hij was naar Manali gekomen voor de party die met volle maan wordt gehouden. De mensen die van feest naar feest trekken beginnen nu langzaam dit kleine plaatsje te vullen. Na de 16e zal het hier weer leeg en rustig zijn, maar op dit moment zijn alle guesthouses vol.
Leuk om zoveel verschillende mensen te leren kennen, hun levens even te volgen en wat ervaringen te delen. In feite is iedereen hetzelfde en dat is mooi om te zien.

Ik voel me nu weer wat beter na de medicijnen die Annelies en ik hebben gedeeld. Als je je niet lekker voelt is meteen alles zwaarder en minder leuk. Op een gegeven moment dacht ik zelfs: ik wil niet meer reizen, ik wil naar huis. Maar zo'n moment hoort er ook bij en duurt gelukkig maar kort. De energie is terug nu en we gaan ons langzaam klaar maken om verder te trekken. Verschillende mensen zullen we in Dharam Sala wel weer tegenkomen, anderen laten we hier achter en zien we wellicht nooit meer...

maandag 9 juni 2003

Manali, Vashist
In Vashisht ruikt het naar zwavel. Want er zijn daar warmwaterbronnen. Ons guesthouse licht vlak boven de bronnen waar je vrouwen de was ziet doen en Indische toeristen het badhuis in ziet gaan. Vashisht ruikt ook naar koeien en hooi en vers gras. Tenminste, als je even weg gaat van de toeristische straat vol auto's, rikshaws, toeristenwinkeltjes en restaurants met westers eten, en jezelf verliest in de stenen paadjes die tussen de houten huizen lopen. Naar boven en naar beneden, trapje op, tussen huisjes door, langs rozen en kamperfoelie, trapje af, bruggetje over en steeds met uitzicht op de besneeuwde bergen.

Charas
We komen net uit Parvatti Valley waar we ruim een week hebben gezeten. In Kasol, Pulga en Tosh. Waar de charas tussen de stenen en langs de huizen groeit, waar iedereen je een chilum aanbiedt, of een zelfgemaakte bong, waar je niet meer wegkomt omdat de dag voorbij is voor je er erg in hebt en er morgen ook wel weer een dag komt. Waar het werkelijk stikt van de Israeliers, vaak net uit dienst, 23/24 jaar oud, maanden weg van huis. Ze praten onderling Hebreews, eten voornamelijk Israelisch (wat ook op iedere kaart, vaak nog in het Hebreews te vinden is), runnen er wat zaakjes (sieraden, restaurants), zijn de hele dag stoned en organiseren trance parties. Moeilijk om er in eerste instantie tussen te komen, maar heel leuk om ze beter te leren kennen (al waren het er in Kasol wel erg veel, ongeveer 400...).

Eyal en Juda waren er weer, en Adam, Mosje, Izik en Avishai waarmee we in Rewalsar een leuke avond hadden doorgebracht. En nog veel meer interessante nieue mensen. De avonden luisterden we in de Evergreen naar een waanzinnige Canadees die uit alles muziek wist te halen, probeerden we in Namaste cafe met een Japanner te communiceren, keken we in Krishna Guesthouse film terwijl de rest van het plaatsje weer eens zonder energie zat of hielden we op de kamer vage gesprekken... Overdag brunchten we in de Moondance, sjokten we de rivier af om daar naar het water en de vogeltjes te luisteren, kochten we ringen en tapijtjes en deden we een middagdutje. Geen internet, want daarvoor moesten we 20 minuten met de bus het dal in.

Party
En toch is het gelukt om uit Kasol weg te komen. Eerst door een party die georganiseerd werd in Pulga, 45 min. met de bus omhoog en vervolgens ongeveer een uur lopen naar boven. We waren een beetje te laat uit Kasol vertrokken (omdat je er dus zo moeilijk wegkomt) waardoor we een groot deel van de wandeltocht in het donker moesten afleggen. Gelukkig kwam een van de dorpsbewoners ons achterop om ons van het enge steile, donkere paadje af te halen en ons naar het prachtige, idilische Pulga te leiden. Daar was de party crowd al in grote getalen gearriveerd en bleek het moeilijk een guesthouse te vinden. Een donker pad, een betrouwbare dorsbewoner en een smal krakkemikkig trapje leidde ons uiteindelijk naar onze kamer.

Parties beginnen hier pas in de ochtend dus we hebben eerst tot 4.00 uur geslapen en zijn toen naar boven gelopen, naar een open plek midden in de bossen. Prachtig om te dansen midden in de natuur, met opkomende zon en prachtig licht door de bomen op de rotsen en het gras, temidden van ongeveer 250 uitgelaten mensen, voornamelijk Israeliers. Maar ook de plaatselijke bevolking kwam kijken en meedansen. De muziek deed denken aan thuis, lekker je weer uitleven en bewegen. Rond 12.00 gingen we doodmoe terug naar het guesthouse, en zagen we het dorpje voor het eerst in het licht...

Tosh
De volgende dag ben ik met een van de Israeliers naar een ander bergdorpje, Tosh, gegaan, ongeveer twee uur lopen van Pulga. Annelies wilde uitrusten en ging met een stel andere mensen terug naar Kasol. Lekker gewandeld, prachtig en steeds nieuw uitzicht op de besneeuwde bergen en een dorpje waar je dus alleen tevoet kan komen. Alles moet op de rug naar boven worden gebracht, in manden. De Indiaase bergmensen zijn allemaal ontzettend vriendelijk, maar als je denkt dat je daar geen Israeliers tegenkomt heb je het mis. Die zitten werkelijk overal, dus ook in Tosh...

De tweede party, drie dagen later, vond ik wat minder. De lokatie was minder spectaculair, de muziek was anders en de boel was heel wat commercieler opgezet. Annelies vermaakte zich echter uitstekend en we zijn in Kasol ook veel ons eigen gang gegaan. Ieder met onze eigen mensen en regelmatig ook samen. Prettig en makkelijk! Na een dag uitrusten zijn we zaterdag uiteindelijk uit Parvatti Valley vertrokken richting Manali. Het laatste 40 kilometer boven op de bus, tussen de tassen en matrassen. Lekker fris, mooi uitzicht maar wel oppassen voor over de weg hangende draden en takken. Ben benieuwd welke Israeliers uit Kasol we hier weer gaan tegenkomen. Want de meesten schenen nu ook naar Manali te trekken...