Eerste sneeuwGister ging om 5.15 de wekker. Want wij gingen Wandelen, wel 8 km, naar een meer in de bergen. En de bus naar Kandi, het Startpunt van De Wandeling zou om 6.30 vertrekken. Dus toen de wekker ging keek ik met een oog half open naar Annelies die mij even slaperig aankeek. Waarna we besloten nog even te blijven liggen en een taxi of zo te pakken naar de Wandelplek.
Rond 9.00 waren we bij het busstation. Zodra duidelijk was waar we naar toe wilden, werden we omringd door allerlei tuktukchauffeurs die ons voor allerlei prijzen (varierend van 400 tot 2000 rps) wel naar Kandi wilden brengen. Een ritje van ongeveer 20 minuten, dacht ik. Maar dat pakte anders uit.
Via smalle wegen vol gaten slingerden we langzaam in ons kleine tuktukje (een soort overdekte motorfiets met drie wielen waarbij de chaufeur voor zit en de passagiers achterin) de berg op en ook weer af. We passeerden rivieren, kleine bergdorpjes waar iedereen ons vol verbazing aankeek, berggeiten en heilige koeien en veel wegwerkers die de weg nog enigszins berijdbaar probeerden te maken. We genoten van het steeds wisselende, prachtige uitzicht, indiaase zuurtjes, het naar beneden suizen met de motor uit en het zicht op de besneeuwde bergen in de verte!!! En ondertussen luisterden we naar keiharde Indiaase muziek die uit een grote box achter in de tuktuk kwam. Pas na ruim twee uur kwamen we in een gehucht van twee huizen en een bushokje, Kandi. Onze gids stond er op met ons mee te lopen. Hij voelde zich erg verantwoordelijk en had denk ik ook niet zo'n zin om lang te wachten. We hebben ontzettend genoten van onze wandeling. Het rook heerlijk naar zoete hars en bloemen, er waaide een lekkere wind, het was zo stil en we zagen voortdurend de besneeuwde bergtoppen in de verte. Prachtig. Het meer hebben we niet gehaald, we zijn er niet een in de buurt geweest. Maar wat een mooie tocht, inclusief de rit in de tuktuk.
Op dit moment zitten we in Rewalsar, en verblijven we in een boedistische tempel. Eenvoudige geel met blauw geverfde kamers, roze gangen, en ook hier kijken we weer uit op een meer, waar aan de overkant de gebedsvlaggen wapperen in de wind. Die heilige plekken stralen zo'n rust uit, dat je er wilt blijven. We zien het wel, we hebben geen haast.
Terwijl de trein binnenrijdt, springen sommige jongens al naar binnen en zodra hij stilstaat voel ik een geduw en getrek aan alle kanten. Iedereen wormt langs ons naar binnen, kruipt over anderen heen om maar een plaatsje te bemachtigen. We ploffen meteen op de eerste de beste bank, met een in kranten verpakte stok neer. Fout. De stok geeft aan dat de bank is gereserveerd voor een moeder met zes dochters. Annelies roept in mijn oor: we blijven ZITTEN, en ik lach maar zo vriendelijk mogelijk naar de schreeuwende en wild gebarende Indiaase vrouw. Na vijf minuten is de vader inmiddels opgestaan, met een vriendelijke knipoog naar ons, en heeft de overbuurman ook lachend plaatsgemaakt. Vijf mooie Indiaase meisjes van 5 tot 16 jaar zitten ons, verwonderd en verwijtend aan te kijken. De moeder heeft inmiddels maar haar mond gehouden. Ik geef mijn kleine verrekijkertje als troost aan de kleinste. Die gaat er trots mee naar buiten zitten kijken en langzaam ontspant de sfeer een beetje.

